10-08-08

Reis Bon Vivant Frankrijk 2005

May-day

 

Noem het “jeugdige overmoed” alhoewel we beiden veertigers zijn, onervarendheid (eerste “verre” reis) of gewoon brute pech.  Whatever, feit is dat we ons zeilreisje naar Normandië niet vlug zullen vergeten !  Lezers die zich geroepen voelen om nà het doorspartelen van dit bangelijk, doch realistisch verhaal, ons advies te geven en zo ervoor te zorgen dat onze volgende reis hier NIET hoeft beschreven te worden (wegens gebrek aan spektakel) : jullie zijn van harte welkom met raad !

“Bon Vivant” heet ons bootje : een 28-voetslange en 1,5m diepe Challenger Europe. “Insubmersible” vertelden de Fransen ons, oftewel “onzinkbaar” : de luchtkamers zouden opgevuld zijn met een soort piepschuim.  Bij lekkage zal ze wel water maken maar altijd blijven drijven.  Een geruststelling …

Zaterdag 9 juli 2005 voeren wij Blankenberge uit met 16 dagen zeilplannen naar de Solent voor de boeg.  Solent hoor ik U denken, da’s toch Engeland ?  Tja, eens in Calais beslisten de weergoden dat we pas volgend jaar van Cowes en The Needles gingen kunnen genieten. Dus werd het dan maar Frankrijk.  We zien wel waar we komen…  We staat voor de schipper (Nico); eerste matroos (Sonja) en onze kat (Pilchard).

Vóór we onze eerste kaap (Griz Nez) rondden hadden we af te rekenen met enkele kleine akkefietjes : waterzak van 100 liter leeggelopen in kajuit (geen nood : insubmersible – weet je wel); wij zijn klein en hij is groot, héél groot, dus een Guiness-book-of-record-overstag-manoeuver uigevoerd bij het binnenlopen van Duinkerke; 7 (!) uur liggen dobberen aan een moorring in Calais door mist en traffic.  Maar ook prachtig zeilweer en zo via Boulogne en Le Tréport naar St. Valéry-en-Caux.  Onthaasten en genieten van ons zeilersleven : 100 jaar zouden we hier worden, maar  45 leek realitischer dus wendden wij onze steven nà 1 week terug oostwaarts.  Op de heenreis opzettelijk 2 haventjes niet aangedaan : Dieppe en St. Valéry-sur-Sommes.  In Dieppe verbroederd met andere VNZ’ers op weg naar verdere bestemmingen.  Tussen pot en pint vlug nog even de aanloop van St. Valéry-sur-Somme besproken.  Het woordje vlug resulteerde in : om 5u ’s morgens vertrekken om rond 9u30 de ATSO boei op te pikken (± 40 mijl van Dieppe).  Eens daar hebben we zo’n 2u de tijd om het 7 mijl landinwaarts gegelegen St. Valéry te bereiken.  Hiervoor moeten we de 46 rood-groene boeiengeul exact volgen.  De haven zelf valt 2 meter droog, dus timing is belangrijk !  ’s Nachts waaide er al een stevig windje die tegen de morgen aantrok tot 5-6 Bft.  Wij samen met enkele vissersboten het zwarte gat ingevaren.  Pal voor de wind met enkel de genua uit vlogen wij met 8 knopen over het water.  Duidelijk te vlug, dus rem er op en met nog een puntje voorzeil eruit haalden we nog de gewenste 4-5 knopen.  Varendeweg wakkerde de wind merkelijk aan, maar gezien onze boorduitrusting enkel uit een gps, marifoon en dieptemeter bestaat (dus geen windmeter), konden wij enkel gissen naar de kracht van de wind.  Voor al dat giswerk hadden we echter weinig tijd omdat we de Baie du Somme naderden en de golven bangelijk hoger en hoger op ons achterschip afstevenden.  Doch steeds hadden we alles onder controle.  Menigen onder jullie herkennen het hoog opgroeien van de achterlopende golven om dan, net als je denkt die slaat nu over ons heen, mooi onder het schip te rollen.  Spectaculair maar bij momenten toch angstaanjagend.

 

Stipt om 9u30 arriveeerden we bij de ATSO boei.  Puntje voorzeil opgerold en motor aan.  Door het feit dat de betonning regelmatig van plaats wijzigt riepen wij de marina van St. Valéry op.  De S1 boei (de eerste van die 45 volgende tonnen) zouden wij moeten zien op ± 125° van de ATSO boei.  Door de moeilijke zeegang, de hoge golven en de daarbijhorende concentratie lukte het ons niet om de S1 boei te ontwaren tussen al dat wit schuim.  Toen we na bijna een uur zoeken de moed opgaven en op het punt stonden naar Boulogne door te varen, kwam die intussen vervloekte S1 boei eindelijk in zicht : 300 meter schuin voor ons, pal stroom mee.  Vlug toestemming gevraagd om alsnog binnen te varen.  Het zou krap worden maar niet onmogelijk.  Dus surften we naar die aanloopboei.  En toen…, ja toen bleek Murphy aan boord te zitten.  Op het slechtst mogelijke moment, op de slechtst mogelijk plaats …  brak ons roer !  Gewoon doorgebroken net aan de waterlijn !  Een golf tilde ons op, steeds maar hoger en

hoger : het volgende ogenblik raasden we er langs de ander zijde terug af met 8-9-10-11 knopen!  Bij het neerkomen bleek de kracht van het water op de spiegel zo groot dat het roer lateraal werd geslaan.  Er volgde een doffe “krak” en weg was ons roer.  Nu kan men veel doen zonder zeil, zonder motor, met een lek, of zelfs zonder mast, maar zonder roer… ?  En ja, in rustig, niet stromend water met een zwak windje kan men z’n boot perfect sturen op zeil, maar in deze hel van schuimend water waar zee en Somme elkaar ontmoeten, waar de ene golf al hoger lijkt dan de andere, is dit geen optie. 

Daar dreven wij dan, letterijk roerloos, zo’n mijl uit de kust, zeilpakken en reddingsvesten aan, aangelijnd en reservehelmstok klaar (!)  Dan gaat alles plots zeer vlug, doch niet paniekerig : St. Valéry om hulp gevraagd.  Hun eerste lakoniek antwoord : “Heb je peddels aan boord ? Ja, wel probeer ze te gebruiken als roer !”  Goedgelovig als we zijn, peddel water in, maar je raadt het al : noppes!  Tweede lakoniek antwoord op onze vraag om hulp te sturen : “geen tijd genoeg – geul valt droog.  Le Tréport idem, Boulogne en Dieppe te ver !”  Ik zag ons al op de kust te pletter slaan ! 

Niets van.  Dat kon ik niet laten gebeuren op onze eerste trip.  Hiervoor hebben we te lang gespaard en geinvesteerd in werk en materiaal.  Ons anker moest redding brengen…  Nu moet je weten dat wij sterk twijfelden aan de deugdelijkheid van het ankertouw.  Ze lag daar in de ankerbak alsof ze 20 jaar gediend heeft als biotoop voor mos en weekdieren.  Je kent dat wel zo van “we gaan dat ooit wel eens bekijken…”  Ik naar de punt in golven die bijna tot aan de zaling kwamen.  Anker bevestigd aan ketting; ketting bevestigd aan touw; touw bevestigd aan boot; en gans het zootje ’t water in.  Hoe diep het hier juist was interesseerde mij geen moer.  Gewoon alles overboord en hopen dat ze grijpt in de bodem…  Even wachten en ja ! Ongelooflijk !  Na een minuut lagen we muurvast !  Ok, we dansten nog wel hevig op en neer, maar de gps hield dezelfde positie.  Ons stukje Danforth-ijzer bleek het verschil te maken tussen hoop en ellende !  Plots klonk over de marifoon het bericht dat een boot vanuit Le Hourdel (d.i. de reddingspost dichtstbij) op weg was naar ons.  Oef… zou alles dan toch nog goed aflopen ?  Terwijl Sonja uitkijk hield, dook ik de kajuit in om de chaos binnen een beetje op te ruimen.  Blijkbaar zat ik iets te lang binnen want toen ik terug aan dek kwam, was ik ziek jong, niet te doen!  Nooit zeeziek geweest, en nu lag ik daar : groggie, uitgeteld, wit-geel-groen van misselijkheid.  Waren we toen gekapseisd dan had ik waarschijnlijk noch de fut noch de kracht gehad mezelf te redden.

Omdat onze laatst doorgegeven positie in de nabijheid van de S1 boei was, maar we intussen ver afgedreven waren, zaten we ruim een uur op die roetjsbaan vooraleer 4 helden arriveerden in hun zodiac.  Deze werd soms volledig overspoeld door omslaande golven, maar beetje bij beetje beukten ze hun weg naar ons toe.  Opnieuw gleed ik naar de punt om de dikke sleeptros te bevestigen.  Gelukt !  Het anker, intussen waarschijnlijk muurvast ingegraven, met 40 meter touw manueel binnen halen zou misschien wel door Superman lukken, maar zeker niet door een zieke, natte en vermoeide Nico !  Dus ons duikersmes, pas 1 maand oud, getest en goed bevonden !  Weg anker, weg ketting, weg touw, weg zekerheid …

 “Wat nu ?” vroeg ik aan mijn vrouw.  Wat zijn ze van plan met ons?  St. Valéry-sur-Somme ligt er intussen droog bij en andere havens zijn te veraf.  Wat zijn hun plannen met onze Bon Vivant ?  Hevig schommelend voeren wij richting de zuidpunt van de monding van de Somme.  In de verte zagen wij de vuurtoren van Le Hourdel, de plaats waar onze redders gestationeerd zijn.  We begonnen nu toch wel erg dicht bij de kust te komen.  Plots een bonk… en nog één, en nog … Zandbanken !  Nu pas werd mij hun bedoeling duidelijk : ons zo dicht mogelijk bij de kust trekken om onder beschutting van de kust droog te vallen…  Water (= vloeibaar) geeft nog mee, maar zand komt verdorie hard aan.  Ontelbaar keren bonkte Bon Vivant op een bank, waarna we door de ik-weet-niet-hoeveel-pk van de zodiac, erover gesleurd werden.  Die kiel… hoelang kan ze zoiets uithouden ?!

Het hoofd van de redders was zéér goed bekend met de Somme en de geul.  Hij probeerde ons zo voorzichtig mogelijk naar een specifiek dieper geultje vlak onder de kust te slepen.  Toen hij van mening was dat we op de geschikte plaats waren, werd de tros ingehaald en kwam hij naast ons liggen. 

Ooit eens overgestapt in een weliswaar nu kalmere maar nog steeds zeer woelige zee ?  Neen, wel makkelijk is anders hoor… Stel het je maar eens voor : in één hand een sportzak met alles wat ook maar iets waardevol, nuttig of belangrijk is, en in de andere hand de … kattebak met onze Pilchard erin !  Die poes moet doodangsten doorstaan hebben …

Hun anker aan Bon Vivant vastgeknoopt en wij naar het kleine haventje van Le Hourdel waar intussen nog 30 cm water stond.  Wat de hoofdredder toen voor ons klaargespeeld heeft was werkelijk fantastisch : hij regelde een maaltijd voor ons, belde rond naar verschillende werven om een herstelling van onze “safran” (roer) mogelijk te maken, en reed vervolgens met ons naar Michel Fallet, eigenaar van één van die werven (Bénéteau).  Het plan was om ’s avonds bij hoogwater Bon Vivant de haven van St. Valéry binnen te slepen en ze de volgende dag door de sluis en voorbij de spoorwegbrug naar zijn werf te brengen, waar ze dan uit het water kon om hersteld te worden.  Eens terug in Le Hourdel waren wij het middelpunt van ramptoerisme geworden : één grote uitgestrekte zandvlakte zo ver het oog kon reiken, met voorin een miezerig klein op z’n zij liggend zeilschuitje.  Vreemd, onrealistisch, maar vreedzaam en stil slapend lag ze daar, net niet bereikbaar voor de nieuwsgierigen. 

Onze redder sprak met ons af om rond 21u30 (plein mer) met de zodiac uit te varen en ons binnen te slepen.  Hij weg, wij terug aan boord.  En nu … wachten.  Als je nu weet dat hier het getijdeverval nà de baai van de Mont Saint-Michel het grootst van gans Frankrijk is, dan besef je misschien beter met welke snelheid het water opkomt!  En het komt vlug zulle !  Je tuurt naar de horizon die zich plots hevig in beweging zet : water komt van overal aangespoeld.  Ik had net de tijd nog om het anker nog een beetje dieper in te graven in het zand.  En warempel, traag maar zeker werd onze boot opgetild door de watermassa, kroop rustig overeind, richtte zijn mast naar de hemel, trok zijn kiel uit het moeras van zand en begon uiteindelijk terug te drijven !  Geen spatje water was aan boord gekomen.  Oef, een zucht van opluchting.  Nu denk je dat ons verhaaltje afgelopen is : niets van !!!!

Het anker dat ons in bruikleen gegeven werd door de reddingsdienst, een dreganker bleek niet te houden !!  Het begon te krabben, en traag kwam Bon Vivant tot leven.  De stroom sleurde ons aan 2-3 knopen de Somme op !  De neus werd lateraal op de stroom gehouden zodat we zijdelings met groot geweld op alle zandbanken bonkten.  Er stond immers volstrekt te weinig water voor onze diepgang van 1,5 m.  Vlak achter ons (op zo’n 100 m) zagen wij de golven op de kust slaan en schuin voor ons op zo’n 200 m zagen we de brekers op de zandbanken slaan !

Hulp moesten wij niet verwachten want we waren nog één volledig uur vóór het afgesproken uur van  21u30 ! Ook hadden wij die namiddag geen vast nummer noch een gsm nummer meegekregen.

Op het strand stonden mensen verwonderd naar onze versie van Titanic te kijken zonder te beseffen in welke heksenketel we terechtgekomen waren.  De boot maakte soms slagzij van zo’n 20-30 graden waardoor wij verplicht werden ons vast te schoren in de kuip.  Ze kraakte in al haar voegen, de mast trilde zo sterk dat ze ieder moment dreigde af te knappen, oorverdovend lawaai bulderde door haar stagen en romp telkens we een zandbank raakten.  We werden steeds sneller meegetrokken richting de kapotslaande brekers die nu gevaarlijk dichtbij kwamen.  Hoe konden we ons hieruit redden ?  Toen heb ik het sein aan mijn vrouw gegeven om die hopelijk-nooit-in-je-leven-te-moeten-gebruiken-oproep te doen : MAY-DAY, MAY-DAY, MAY-DAY !  In tegenstelling tot ’s morgens, waar wij niettegenstaande onze netelige situatie, alles onder controle hadden, waren wij nu volledig overgeleverd aan de wil van het water.  Het was mijn mening dat de zeewaardigheid van de boot het ieder moment kon begeven en dus het leven van de bemanning in gevaar was.  De dispatching van het helpcenter die wij toen aan de lijn kregen zou ons zo vlug mogelijk ter hulp schieten, maar wij, die ver van hun veilige bureau een gevecht met zandbanken aan het verliezen waren, wisten dat de situatie echt rampzalig was en eventuele hulp zeker te laat zou komen.  Niets kon beletten dat wij te pletter sloegen… Tot wij het idee kregen om de motor te starten en, weliswaar zonder roer, in achteruit te zetten.  De boeg werd immers door het slepende anker mooi dwars op de stroom gehouden.  De afstand naar de brekers die schuin voor ons lagen werd alsmaar groter.  We hielden de motor in achteruit tot de kust gevaarlijk dichtbij kwam.  Dus, in vooruit terug naar het midden van ons “geultje”.  Zo ging dat achteruit-vooruit gedoe maar door en kroop stilletjes een gevoel van controle in ons.  Toch was dit nog niet voldoende.  Vlug Sonja aan het “roer” lees “motor” gezet en ik met peddels in de handen staan zwaaien naar de kijklustigen op het strand.  Als in een Amerikaanse actiefilm stoven plotseling een politiecombi het strand op, direct gevolg door een jeep met zodiac!  In sneltempo werd de boot het water in gezet en nà eerst  zelf  vast te lopen op een zandbank, zoefde de rubberen reddingsboot naar ons toe !  In een ooghoek bemerkte ik een landrover die letterlijk het strand op kwam vliegen.  Onze redder van ’s morgens had de noodoproep ook ontvangen en besefte onmiddellijk het gevaar.  Hij kwam echter te laat want het andere reddingsteam was al op weg naar ons…

Wat nu volgt is eigenlijk moeilijk te vatten als je er zelf niet bij bent geweest en dus bijna onbeschrijfelijk in woorden.  Begrijp me niet verkeerd, maar van mensen die dagdagelijks als taak het redden van mensen uit zee hebben, zou je toch verwachten dat ze ervaring, zelfzekerheid, kennis van zaken, en hulpvaardigheid uitstralen ?  Of niet ?  Enfin, ons relaas van hoe het niet moet …

De zodiac naderde ons met al haar PK open.  5 mensen aan boord : 1 stuurman, 1 chef, 2 hulpredders en 1 tolk… Was mijn Frans dan zó slecht ?  Nadien bleek dat die brave man (zéér joviale en geïnteresseerde mens die met een motorjacht vaart) gewoon zo’n redding eens wou meemaken maar het ontbrak hem aan een specifieke taak om mee aan boord te kunnen.  Gezien hij Belg was en vloeiend Frans en Vlaams sprak, stelde hij inderhaast voor om als vertaler mee te gaan.  Dit bleek een goede zet van hem want zo nam hij veel gebaren- en gevloekwerk uit handen van de echte redders.  De stuurman van dienst bleek nadien een campinguitbater daar uit de streek te zijn.  De chef oogde nors en z’n geschreeuw oversteeg alle lawaai van aankomende golven, gekraak van de mast en gebonk op de zandbanken.  Ik had een déja-vu.  Opnieuw gleed ik naar de punt van de boot om hun sleeptouw aan te nemen en te beleggen.  Er stond bijlange nog niet genoeg water in de Somme om de aanloop naar St. Valéry aan te vatten, temeer omdat we nog een héél eind van de eigenlijke bebakende geul dreven.  Voor de tweede keer die dag vroeg ik me af wat ze met ons van plan waren. 

Dan volgde een regelrechte nachtmerrie : ze vonden er niet beter op om ons toch binnen te “slepen” !  Nu moet je je voorstellen : een zéér krachtige zodiac – 50 m touw – een stuurloze Bon Vivant – en wel 100 zandbanken op weg naar veilig water !  En wat ik vreesde gebeurde ook : de zodiac begon ons met volle speed richting de bebakening te trekken met als onmiddellijk gevolg een enorm uitzwenkende Bon Vivant !  Wat we tot dan reeds van ergs meegemaakt hadden, verdween in het niet met de verschrikking die we toen moesten doorstaan !!!!  Tegen ik-weet-nie-hoeveel knopen werden we gewoon tegen die zandbanken gesmakt : met een enorme schok kwamen we tot stilstand, waarbij wij steeds opnieuw weggekatapulteerd werden door de kuip om dan een oorverdovend gekraak en geschuur uit de buik van onze boot te moeten aanhoren.  Alsof onze “redders” haar gewoon in twee wilden scheuren!  Ik werd kwaad, ongeloofelijk kwaad en stoof naar voor.  Wat bezielde hen wel ?  Ipv ons daar in dat relatief rustige water te houden totdat het hoogwater was : neen, ze zouden ons effetjes 7 mijl verder over alle mogelijke obstakels trekken !  Hoezeer ik ook riep en vloekte en vervloekte, diene stuurman trok het zich allemaal niet aan jong, eindelijk kon hij zich eens uitleven.  Je zou dan toch verwachten dat ze bij het zien van een roepende en zwaaiende eigenaar van een sleep eens polshoogte zouden nemen wat er aan de hand was… Niets, nada, noppes, gewoon rechtdoor, rechtaan.  En wij maar tieren van angst en frustratie…

Na een half uur die wel een halve dag leek te duren, bereikten we uiteindelijk de betonde geul.  Van hieruit was het ongeveer nog 6 mijl tot aan de haven.  Intussen was het water nog iets gestegen zodat we van langsom minder vastliepen op zandbanken.  Mijn vrouw en ikzelf leken eindelijk tot rust te komen, maar niet voor lang …

46 liggen er !  46 groene en rode tonnen.  Een aanloop die zelfs bij mooi weer correct moet gevolgd worden.  Zoniet riskeer je vast te lopen.  Rood en groen liggen op sommige plaatsen immers slechts enkele tientallen meters van elkaar…  Zou dat goed aflopen met ons ?  De “chauffeur” maakte immers geen aanstalten om trager te varen of om de sleep in te korten.  Er bestaat waarschijnlijk wel een wiskundige formule om te berekenen hoe ver een voorwerp X uitzwenkt, getrokken aan een bepaalde snelheid S, achter een sleep met een bepaalde lengte L.  Ik hoefde op dat moment echter geen wiskundige te zijn om het antwoord te kennen op die vraag : VER !  Als we daarbij nog het acceleratie-effect door de zwaaibewegingen van dat voorwerp (lees Bon Vivant) in rekening brengen, dan komt men tot een ronduit gevaarlijke situatie !

5 mannen in die zodiac, en geen enkele die het gevaar zag aankomen.  Gewoon niet te begrijpen!  Waar de geul breed genoeg was hadden we natuurlijk geen probleem : gezien het late uur bevonden er zich geen jachten meer op het water en ook de betonning bleef op veilige afstand.  Maar hoe dichter we St. Valéry naderden, hoe dichter ook die tonnen kwamen.  Wat er zat aan te komen gebeurde ook : Bon Vivant kliefde al slingerend steeds maar vlugger en krachtiger van links naar rechts en toen we nog maar eens naar bakboord werden gegooid had ik de tijd niet om ook maar iets te doen.  Onze romp ramde de rode ton met een vernietigende snelheid !  Ik voelde en hoorde hoe ze de polyester en mijn hart openscheurde !  Waar waren we in godsnaam mee bezig ???

Om groter onheil te vermijden had ik toen de reactie moeten hebben om de sleeptouw gewoon door te snijden.  Mijn woede bleek echter groter dan mijn verstand en tijd om te reageren had ik ook al niet.  We zwenkten uit naar groen en direct terug naar rood.  Opnieuw zag ik de volgende ton naderen.  Ik riep, maar tevergeefs : een tweede maal smakten wij zijdelings tegen de ton.  Wat eerst onze redding bleek draaide verdorie uit op het moedwillig kelderen van ons schip !  Onze “sauveurs” hielden geen enkele rekening met onze boot !  En nog kwam er geen einde aan onze lijdensweg. 

Waarom waren wij twee opnieuw de enigen die het gevaar zagen aankomen ?  Zonder vaart te minderen stoof de “reddings”boot af op een volgende ton.  Deze keer zouden we ze frontaal raken !  Ik vloog al tierend naar voor met een fender in de hand.  In die paar seconden besefte ik echter dat, spijts mijn goede bedoelingen om de schok met die stootwilg op te vangen, dit ijdele hoop was.  Onze snelheid was véél te groot om ook maar een kans te hebben.  De emoties die door ons zinderden toe we op de boei met volle snelheid beukten zal ik jullie besparen…  Het resultaat was echter catastrofaal : 2 gapende wonden aan onze boeg !  Eéntje net onder de stootrand en ééntje juist boven de waterlijn.  Gelukkig was ons schip nog van de oude stempel (1978) en haar polyester gesmeed als gewapend beton, zodat we op het eerste zicht geen water maakten.  Véél meer van dat kon ze, en wij erbij,toch niet meer aan.  Alsof onze cowboys nu pas doorhadden dat hun gekkenwerk tot keldering van hun sleep zou leiden, minderden ze nu pas vaart.  Oef, ze hadden het eindelijk begrepen.  Of niet ?

 

Daar lagen wij dan : roerloos, scheuren langszij, 2 gaten in onze boeg, moordgevoelens, en schrik om wat nog komen zou … De haven lag nog maar een kwartiertje verder, maar ons leek het een eeuwigheid te duren.  De sleeplijn werd eindelijk ingekort, en met een héél traag gangetje werden wij nu voortgetrokken.  Rustig en veilig zoals het had moeten zijn…  Plots kwam een dinghy buiten de haven gevaren, stoof op ons af, draaide en kwam vlak aan onze spiegel varen.  Het bleek een eigenaar van een Belgische motorjacht met zijn zoon te zijn.  Zij waren via de kanalen door Frankrijk hier terecht gekomen en wachtten nu al enkele dagen in St. Valéry beter weer af om via de zee terug naar onze contreien terug te keren. Ze hadden van de havenmeester vernomen dat een zeilboot in nood binnengesleept werd en boden spontaan hun hulp aan.  “Waarom varen jullie langs deze zijde van de geul ?” vroegen ze mij.  Ik zei dat we niet veel keuze hadden en vertrouwden op de “ervaring” van de redders.  “Volledig mis” was hun antwoord.  “Als jullie zo verder blijven varen zal je vastlopen op de zandbanken.  De diepste kant van de geul ligt aan de andere zijde van het vaarwater !”.  Onze redders bleken dus geen kennis te hebben van hun eigen vaarwater !  Ik beval onmiddellijk bakboordkant aan te houden.  De chef, die intussen 7 tonen lager sprak, reageerde gelukkiglijk direct.  En inderdaad, de volgende dag heb ik bij laagwater zelf kunnen vaststellen dat onze behulpzame Belg gelijk had en zo verder onheil heeft voorkomen.

 

We slingerden nog steeds heen en weer achter de zodiac, zij het veel minder gevaarlijk dan voorheen.  Om dit te verhelpen gooide ik een lijntje naar de dinghy om zo als roer te fungeren.  Dit werkte perfect en zo voeren we eindelijk de haven binnen.  Hilarisch was het stukje dat volgde bij het aanmeren van onze boot.  Nu toch, maar toen kreeg ik het gewoon op de heupen.  Enfin, ’t kwam erop neer dat wij aan lager wal aangemeerd werden met de zodiac tussen ons en de ponton.  Wat onze helden ook probeerden, ze kregen hun zodiac er niet meer van tussenuit !  “Une dispute à la Francaise” weerklonk doorheen de haven, tot ik terug in een Vlaamse coleire moest schieten om de boel binnen de 30 seconden te klaren… 

En dan … dan moet je die gasten een pint betalen omdat ze je tenslotte gered hebben.  In de bar heb ik toen mijn zeg gedaan tegen de hoofdredder van Le Hourdel (die net te laat op het strand was – weet je nog wel).  Hij had immers alles van langs de kant gadegeslaan.  Hij balanceerde tussen schaamte en opluchting : schaamte in het amateuristisch geknoei van zijn medemaats, en opluchting omdat er geen gekwetsen te betreuren waren.  Hijzelf gaf toe dat er fouten gemaakt werden maar dat het systeem van redders in Frankrijk blijkbaar steunt op vrijwilligers, met alle gevolgen vandien.

Hij was het die ons in contact bracht met Michel Fallet (een naam om zeker te onthouden als je in die streken in problemen geraakt !).  Onder de zorgen van deze “entrepreneur” werden wij de dag nadien door de sluis en langs de spoorwegbrug “geduwd” (door een andere dinghy met groot vermogen – wat geen gemakkelijke klus was ingevolge de aanhoudende felle wind).  Bon Vivant werd uit het water getild en bleef 3 dagen op het droge liggen om geheel opgelapt (zeer profesioneel) uiteindelijk de vrijdag  opnieuw te water gelaten te worden.

 

Zonder risico’s en met een klein hartje werd de terugweg aangevat.  De 46 boeien werden probleemloos genomen en via 2 lange zeildagen met een stop in Boulogne (waar we 9 dik lagen) bereikten we daags voor onze eerste werkdag, de veilige en vertrouwde thuishaven Blankenberge.

 

Nadien hebben wij ons afgevraagd wat er nu juist fout gelopen was, want na zo’n belevenissen moet men immers de fouten uitfilteren om ze later niet opnieuw te maken.  Een waterval van ervaringen hebben wij op deze reis over ons heen gekregen, maar onderstaande zaken hebben we zeker onthouden :

 

Ø  Maak werk van de voorbereiding van je trip : stop  voor zover als mogelijk alle waypoints vooraf in de gps (allez den onzen is héél simpel en ingave nam gedurende de reis soms veel tijd in beslag) en stippel de route uit;

Ø  Bereken (liefst vooraf) de toegangstijden tot getijdehavens : ze kunnen onnodig wachten of bijsturing van je plannen vermijden;

Ø  Een anker kan je leven redden!  Check het ankergerei vóór het vertrek;

Ø  Gooi bij het noodzakelijk doorsnijden van het ankertouw een fender mee het water in : zo kan je het anker nadien bij rustiger weer terugvinden en eventueel recupereren;

Ø  Laat je niet opjagen door een strak schema : las zeilloze dagen in !  Dit brengt rust en ontspanning.

Ø  Stel de weerberichten niet in vraag : als je twijfelt als je het wel aan kan : blijf in de haven en vertrek niet !  Je bent tenslotte op reis en onthou steeds de woorden van een collegazeiler :”het moet plezierig blijven !”

Ø  Panikeer niet in noodsituaties en zit elkaar geen verwijten te maken;

Ø  Prijs je gelukkig dat er redders bestaan : ze kunnen je leven redden.  Maar vertrouw ook steeds op je eigen intuïtie en ervaring;

Ø  Vergeet (zeker in Frankrijk) geen cheques mee te nemen : om de herstelling te betalen hebben we uiteindelijk  nà 3 uur discussiëren in de bank, 2 visakaarten, 2 bankcontactautomaten, 3 bankkaarten, 4 telefoontjes naar België en 3 telefoontjes naar Parijs, ons geld kontant ontvangen…

Ø  Voor diegenen die het zich kunnen permitteren : neem een verzekering.  Wij hebben slechts een verzekering voor schade aan derden, dus kunnen we onze schade niet recupereren.  Al teveel hoorden wij de opmerking van de Fransen : pas de problème, l’assurance payera…  Alsof dat hen het recht heeft overal tegenaan te varen.

Ø  We mogen ons gelukkig prijzen dat we eigenaar zijn van een sterke boot, een héél sterke boot.  De klappen die ze te verduren kreeg waren echt verschrikkelijk.  Haar incasseringsgrens ligt blijkbaar zéér hoog en dit stelt ons gerust voor verdere reizen.

 

Tot slot nog dit.

 

We zijn diep gegaan in onze emoties, héél diep.  Toen we daar ’s morgens achter ons anker lagen en door elkaar werden geschud in afwachting van de komst van onze redders, zaten we samen in de kuip te wenen van … tja schrik, spanning, emotie, weet ik veel…  Toen vervloekten we echt onze boot!  We zouden ze verkopen, gewoon achterlaten en met de trein naar huis terugkeren, er gewoon niets meer willen mee te maken hebben !  Tranen vloeiden later om het onrecht dat ons werd aangedaan bij het raken van de ontelbare zandbanken en de 3 boeien.  De moed zonk ons in de schoenen bij het zien van de opgelopen averij toen we droog lagen.  Maar … een mens kan blijkbaar veel verwerken en 3 dagen later zeilden we in stralend weer opnieuw de zee op.  Nooit hebben we op elkaar gescholden, nooit zijn we in paniek geraakt, steeds proberen elkaar aan te vullen en oplossingen te zoeken.  Onze band is er intenser en sterker door geworden. 

Wij hebben de domme fout gemaakt een moeilijke haven te willen aanlopen in zwaar weer : voor deze fout hebben we uiteindelijk veel leergeld betaald !  

 

Volgend jaar gaan we terug varen, maar … de kat blijft thuis !

Sonja, Nico en Pilchard

Toujours Les Bon Vivants

 

10:53 Gepost door Les Bon Vivants in Reisjes Bon Vivant | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Ja Hallo.Dit avontuur kan tellen

Gepost door: Benny | 10-05-10

De commentaren zijn gesloten.